Alles wat u altijd al wilde weten over citrusbomen en het overwinteren ervan

Tuinleven
Als de herfst net is begonnen gaan de eerste verkoudheden al rond. "Zal ik een warm drankje met citroen voor je maken?" hoor je vaak. En dat geeft aanleiding tot de volgende vraag:

Kan ik een citroenboom laten groeien uit een pit?

Wel, net als bij alle zaailingen is het nageslacht anders dan de moederplant, omdat de pitten ook genetisch materiaal van de 'vader' bevatten. Daarom is (net als bij alle fruitsoorten) enten de enige manier om citroenrassen in stand te houden. Hiertoe worden takken van het gewenste type geënt op 'worteldonors' die het voetstuk vormen voor de ent.

Hoewel het planten van citruspitten vaak lukt, dragen de bomen die eruit groeien pas jaren later vrucht en is de hoeveelheid en kwaliteit van het fruit onzeker. Dat komt omdat niemand vooraf de precieze genencombinatie van de zaailingen heeft onderzocht en geanalyseerd. Toch kunnen citruszaailingen interessant genoeg soms rasecht fruit produceren na het zaaien van een pit. Het is de moeite waard om het te proberen. De pitten ontkiemen als ze koud worden. Laat ze daarom 14 dagen lang in de groentelade van een koelkast liggen, bij 1 à 5 °C.

Het is heel leuk om mee te maken hoe de kiemblaadjes van de citroen zich een weg omhoog naar het daglicht banen door de potgrond. En over licht gesproken: citruspitten moeten eind februari of begin maart worden gezaaid, als de lichtsterkte en de middagtemperatuur weer beginnen te stijgen. Het moet zonnig en warm weer zijn, met een constante kiemtemperatuur rond de 21-25 °C. De zaailingen moeten op een heel lichte plek staan.
EM-Zitrone-001-70cm.eps

Overwintering

Het overwinteren van citrusbomen kan enigszins problematisch zijn, zoals u wellicht al weet. Mensen vragen vaak wat je kunt doen ter voorkoming van bladverlies, dat zich vaak aan het eind van de winter voordoet – gewoonlijk als gevolg van een verkeerde verzorging.

De boom begrijpen

De soort doet het goed in een tropisch of subtropisch klimaat, maar kan ook het mediterrane klimaat aan, waar de temperatuur 's winters tot op of net onder het vriespunt kan dalen. Voor de verzorging betekent dit het volgende: citrusbomen hebben zowel 's zomers als 's winters veel licht nodig, net als in hun natuurlijke omgeving.

Licht en temperatuur zijn onderling van elkaar afhankelijk, want ze hebben zowel samen als afzonderlijk invloed op de stofwisseling van de boom. Dat is het lastige aan de winterverzorging van citrusbomen. Simpel gezegd: hoe meer licht de boom krijgt (wat de fotosynthese stimuleert), hoe warmer het moet zijn om een toereikende stofwisselingssnelheid te bereiken. Hoe meer warmte de boom krijgt (waardoor de stofwisselingssnelheid wordt verhoogd), hoe meer licht de boom nodig heeft om een toereikende fotosynthese te bereiken.

Als de stofwisseling van de boom te 's winters te hoog is, omdat het te warm is (bijvoorbeeld als de plant in de woonkamer staat, met name achter een gordijn) en onvoldoende licht krijgt, worden er meer stoffen verteerd dan door fotosynthese kunnen worden aangemaakt – de boom 'eet zichzelf op'.

De plant kan echter het best overwinteren op een zeer lichte plek met een lagere temperatuur (hierbij is tevens vorstvrije ventilatie van de winterplek van de boom vereist). Dit is omdat op onze breedtegraad de lichtst mogelijke plek wel een donkere kamer lijkt vergeleken met tropische lichtomstandigheden, met name in de winter. Voor liefhebbers van cijfers: in Zanzibar kan de lichtsterkte in februari rond de middag tussen 190.000 en 210.000 lux liggen. Op datzelfde moment is het buiten in Nederland misschien 10-15.000 lux. Een zeer lichte winterverblijfplaats (zoals een kleine kas of oranjerie) biedt vaak slechts 10.000 lux of nog minder. Een normale winterverblijfplaats (je hoort mensen vaak zeggen "Ik zet hem in een koele gang bij een raam op het noorden, waar het licht het felst is") krijgt slechts ongeveer 1000 lux; in woonkamers is de lichtsterkte gewoonlijk 500 tot 800 lux. Zoals u ziet is de overwintering van citrusbomen onder zulke omstandigheden min of meer een kwestie van duimen en er maar het beste van hopen, vanwege het verschil tussen hun lichtbehoefte en de hoeveelheid licht die ze daadwerkelijk krijgen.

Nu u de basiskennis hebt, gaan we kijken naar de praktijk.

Drie overwinteringsstrategieën die succesvol zijn gebleken

  • A: De boom laten overwinteren in de kas van een kwekerij of thuis in een kleine kas, serre of oranjerie.
  • B: De boom laten overwinteren op een lichte plek bij een temperatuur tussen de 5 en 10 °C. De ruimte regelmatig ventileren en afschermen als er warm zonlicht in de kamer valt (vanaf eind januari, met name bij ramen op het zuiden).
  • C: De boom laten overwinteren op een heel lichte plek bij een temperatuur rond de 16 à 20 °C.

Optie C is het lastigst, want zulke omstandigheden kunnen bijna onmogelijk worden gecreëerd. In onze omgeving zijn de lichtomstandigheden minder en verwarmen we woonkamers op een koude winterdag gewoonlijk tot minstens 21 °C. Ruimten van 16 tot 18 graden, die beter zouden zijn, zijn gewoonlijk kamers die vrijwel niet gebruikt worden of koele gangen. Ook in zulke ruimten moeten de bomen zo dicht mogelijk bij een raam worden geplaatst.

Over temperatuur

Vaak treedt er ook bladverlies op, omdat bomen te nat zijn en omdat er een groot temperatuurverschil is tussen de wortels en de bladeren. 'Een heet hoofd en koude voeten', zoals tuiniers dat noemen. Vaak wordt de oorzaak hiervan niet opgemerkt: in de verwarmde kamer komt het grootste deel van de boom op kamertemperatuur, zeg 21 °C. Maar de boom staat op een vloer met een temperatuur van slechts 16 tot 18 graden. De koudere wortels werken langzamer dan de warme bladeren, wat tot stress bij de boom en bladverlies leidt. De oplossing: houd de boom van de koude vloer af door deze op een plank of in een pot met wieltjes te zetten, met voldoende ventilatie onderdoor, of leg een dik stuk piepschuim onder de pot, zodat de boom geïsoleerd is ten opzichte van de koude vloer.

De tegengestelde situatie: mogelijk staat de boom op het luchtrooster van een verwarmingssysteem zodat de wortels 20 tot 28 graden worden en de kruin van de boom slechts 18 tot 22 graden. Er gebeurt hier weer zoiets: de boom krijgt stress, omdat de wortels nu actiever zijn dan de bladeren. Het resultaat: bladverlies.

Zo, dat was een hele hoop leesvoer! In ieder geval, hoe beter u citrusbomen begrijpt en weet hoe u ze tijdens de overwintering kunt beïnvloeden, hoe beter u de verschillende factoren kunt afwegen en de beste overwinteringsstrategie voor de situatie bij u thuis kunt ontwikkelen. Ook kunt u sneller reageren en tijdig ingrijpen als zich een probleem voordoet.

Bemestings- en bewateringsstrategieën voor de koudere zes maanden van het jaar

Deze relaties tussen licht en temperatuur zijn nog relatief eenvoudig vergeleken met de bemestings- en bewateringsstrategieën tijdens de koudere zes maanden van het jaar. Bemest niet van september tot en met februari. Als de plant op een koude plek overwintert (de bovenstaande optie B): niet bemesten van september tot en met maart. Behandel ijzertekort (groene bladnerven, gele bladeren) door ijzervoeding te geven. 

Bewater met zacht water op kamertemperatuur. Gebruik geen hard water, want dat kan leiden tot ijzertekort. Bij een warmere overwintering heel voorzichtig bewateren afhankelijk van de situatie; zorg met name dat u niet te veel water geeft en dat de grond niet doordrenkt raakt. Bomen verdrinken vaker dan dat ze uitdrogen! Bij een koele overwintering houdt u de boom droger (licht vochtige grond). De aardkluit mag niet kurkdroog zijn en de boom mag niet uitdrogen.

Laat de boom zo lang mogelijk buiten en zet deze in de lente zo snel mogelijk weer buiten

Met name eind van de winter en begin van de lente kunt u de boom buiten op een beschutte plek neerzetten. De temperatuur op de plek mag niet zo ver oplopen dat er een groot temperatuurverschil ontstaat tussen dag en nacht, bijvoorbeeld 's nachts 5 °C en overdag 20-25 °C.

Voordat u de boom binnen zet, spuit u deze goed schoon en doet u al het mogelijke om te voorkomen dat er slakken of luizen mee overwinteren. Dit is ook een goed moment om de boom eventueel te snoeien. Als de kruin erg dicht is, dunt u die uit zodat het licht beter kan doordringen. Eind januari controleert u op ongedierte (deze tijd van het jaar neemt het gevaar toe). De schildluis en de eerste wolluizen zijn alweer op pad. Het laatst komen de bladluizen, maar ook die zijn vanaf maart alweer aanwezig.

We wensen u veel succes bij de overwintering van uw citrusbomen!

Nog één tip

Mensen op zoek naar een kleine, aantrekkelijke citrusboom die 's winters ook warmere, iets minder lichte plekken kan verdragen, moeten eens kijken naar de Fortunella of kumquat!