moestuin header

Je eerste moestuin? Zo begin je eraan

Wat heerlijk om zelfgekweekte radijsjes en sla recht uit de tuin te kunnen eten! Maar hoe begin je aan een eigen moestuin? Wat heb je nodig, welke groenten lukken (bijna) altijd en wat zijn de valkuilen?

“Zaai ook wat bloemen tussen je groenten. Oost-Indische kers, komkommerkruid, goudsbloem en papavers trekken hommels, bijen en vlinders aan.”

Begin klein

Een oude zandbak of een strookje gazon, meer dan één vierkante meter en een kwartiertje per week heb je niet nodig om straks al van eigen oogst te kunnen smullen. Maak je moestuin niet te groot: 1 of 2 vierkante meter is een goed begin. Als je dat een jaar volhoudt en je vindt het nog altijd leuk, breid dan uit. Verstop je moestuin vooral niet: hoe meer hij in het zicht ligt, des te sneller je geneigd bent om je planten te begieten, te wieden of wat nieuws bij te zaaien. Bovendien is een moestuin, hoe klein ook, mooi om naar te kijken. De enige vereiste? Je tuintje moet minstens 6 uur zon per dag krijgen. Valt er minder zon op die plek, kies dan voor rabarber, andijvie, kervel, peterselie, selder, snijbiet en rode biet, die verdragen meer schaduw.

Ook zonder tuin kun je moestuinieren, bijvoorbeeld in een vierkante metermoestuinbak. Een bak op poten is makkelijk om in te werken maar de grond droogt wel sneller uit.  Je moet hem vaker begieten (zorg voor een tuinslang!) en er kruipt al gauw 400 liter potgrond in. Emmers zijn ook handige minimoestuintjes; je kunt er zelfs aardappelen in kweken en tomaten. Prik gaten in de bodem, zodat overtollig regenwater weg kan. Grote groenten als courgettes, pompoenen, komkommers en warmoes hebben een groter pot nodig. Snijsla, rucola, tuinkers en radijzen groeien probleemloos in een bloembak op de vensterbank. Pompoenen en komkommers kun je laten klimmen, langs een klimrek, dat spaart veel plaats, als je maar een klein terras of tuintje hebt.
 
sla

Groenten die altijd lukken

Begin met groenten die makkelijk te kweken zijn: snij- en pluksla, kropsla, rucola, spinazie, radijzen, rode bietjes en warmoes. Kies wat jij lekker vindt; je maag is de beste motivator. Heb je veel plaats, voeg dan pompoenen, courgettes en komkommers toe. Wortelen, prinsessenbonen en uien vragen al wat meer kennis. Knolselder, prei, kolen, venkel, aardappelen, erwten, klimbonen en tomaten vergen meer aandacht en werk; houd die voor je volgende moestuinjaar. Zet het eerste jaar niet meer dan 5 tot 10 verschillende groenten. Start met plantjes, in plaats van zaad, dat gaat veel sneller en werkt motiverender. Wortelen, radijzen, … kun je niet als plantje kopen, die moet je sowieso zelf zaaien. 

Let op met…

Hoe enthousiast je ook bent om van start te gaan, houd er je hoofd bij, zeker als je voor het zadenrek in het tuincentrum staat. Een pakje zaad lijkt zo klein, dat je altijd de neiging hebt om meer te kopen. En er zijn ook zoveel geweldige soorten groenten! Maar wist je dat er in één pakje makkelijk honderden zaden zitten? Begin met maximaal 10 pakjes. Laat je ook niet verleiden door goedkoop gereedschap. Harkjes in fluokleuren, een snoeischaar met bloemetjesmotief: het oogt voorzeker leuk, maar lang gaat goedkoop gereedschap niet mee. Voor je moestuinbak heb je een stevig plantschopje en een handharkje nodig, tuinier je direct in de aarde, investeer dan een hark, een schoffel en een spitvork van goede kwaliteit. Daar doe je vele jaren mee, en het werkt zoveel gemakkelijker dan goedkoop materiaal. 

PLANT- en ZAAIKALENDER

  • maart: radijzen, rucola, erwten, tuinbonen
  • april: aardappelen, kolen, spinazie, wortelen, uien, sjalotten, rode biet, warmoes, venkel, prei, sla
  • mei: groene boontjes (prinsessenboontjes), selder
  • na 15 mei: courgettes, komkommers, pompoenen, paprika’s, pepers, tomaten

Geschreven door: Laurence Machiels