Wij gebruiken cookies om uw ervaring met onze website te verbeteren. Door verder te browsen op deze website gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Lees verder voor meer informatie Cookies

Special over het overwinteren van planten

Een zomer lang hebt u uw schatten in kuipen en potten gevoed en vertroeteld. Nu worden uw planten bedreigd door de komende winter en de risico's die deze met zich meebrengt. Wat moet u nu doen en wat kunt u beter laten? Omdat we sinds de vorige GARDENA nieuwsbrief veel vragen hierover hebben ontvangen, willen we u hier enkele nuttige tips geven om u op weg te helpen.

Waar u aan moet denken voordat u uw planten winterklaar maakt: reinig de planten voordat u ze naar binnen haalt. Verwijder alle gevallen bladeren, verwelkt of ziek blad en al het dode hout. Als er ongedierte op de plant aanwezig is, moet u de plant nog een keer behandelen. Haal nooit planten naar binnen als er ongedierte op zit!

Kies een geschikte locatie:

Licht: Bladverliezende planten kunnen tijdens de winter op een donkere plaats worden gezet, maar groenblijvers hebben licht nodig. Hoe warmer de locatie, hoe meer licht de planten nodig hebben.

Temperatuur:
Er zijn drie verschillende categorieën: planten die vorst verdragen, planten die vorstvrij moeten overwinteren en planten die warm moeten worden gehouden tijdens de winter. Mediterrane planten kunt u het beste op een lichte plaats laten overwinteren bij een temperatuur van 10-12 °C. Geef ze matig water, zodat ze niet uitdrogen. Zet tropische planten op een lichte plaats bij een temperatuur van 20/22 °C en geeft ze zoveel water dat ze niet al te nat staan, maar de grond wel vochtig is.

En nogmaals: Hoe warmer de locatie, hoe meer licht de planten nodig hebben!


Hulp:
Er zijn tegenwoordig opblaasbare serres die vorstbestendig zijn te koop. Deze bieden een goede overwinteringsplaats voor mediterrane potplanten als u hier ergens anders geen ruimte voor hebt.

Wanneer moet ik planten voor de winter naar binnen halen?

Als basisregel geldt: Haal potplanten zo laat mogelijk naar binnen en zet ze zo vroeg mogelijk weer buiten. Over het algemeen geldt dat planten het buiten beter hebben dan binnen, voor zover mogelijk, omdat binnen staan voor planten een abnormale situatie is en stress veroorzaakt. Engelentrompet, bougainvillea, hibiscus en heliotroop, bijvoorbeeld, moeten worden beschermd tegen vorst. Abutilon, lampenpoetser, senne, citrusplanten, theeboom en mannentrouw kunnen lichte vorst verdragen. Bestand tegen matige vorst (tot circa -5 °C) zijn winterharde planten zoals de broodboom (Aucuba japonica), kamerden, aardbeiboom, Italiaanse cypres, Japanse wolmispel (of loquat), laurier, olijf en Italiaanse esdoorn.

Belangrijke punten bij het overwinteren van planten:

Zorg voor een strikte hygiëne op de overwinteringsplaats. Reinig de planten een keer per maand zoals u ook deed voordat u ze voor de winter naar binnenhaalde. Controleer vanaf eind januari op ongedierte, omdat schildluizen vanaf dit moment kunnen verschijnen en ook spint, wolluizen en bladluizen vanaf begin februari mogelijk zijn. Zorg dat het klimaat van de overwinteringsplaats van de planten goed wordt geregeld om de juiste overwinteringstemperatuur te handhaven. Het is eveneens belangrijk om te blijven nakijken op vorst, omdat u voor vorstvrije ventilatie moet zorgen wanneer de temperatuur te hoog is. Met name grote, van ramen voorziene overwinteringsplaatsen kunnen vanaf begin februari erg warm worden. Overwinterende planten mogen echter niet worden blootgesteld aan grote temperatuurschommelingen of vroegtijdig buiten worden gezet.

Informatie over specifieke soorten waarover u vragen hebt gesteld:

Agapanthus of Afrikaanse lelie: Laat alle overwinterende soorten met blad overwinteren op een lichte, koele plaats bij een temperatuur van 5-10 °C. Geef ze spaarzaam water – niet meer dan ze nodig hebben om niet uit te drogen. Bladverliezende soorten kunnen op een donker plaats overwinteren en hebben geen water nodig. Verpot de planten eens in de twee jaar in het voorjaar.

Doornappel/engelentrompet: Haal ze voor de eerste nachtvorst naar binnen: als de plant lichte vorstschade heeft opgelopen en blad laat vallen, maar het sterkere hout niet door de vorst is beschadigd (bruin en zacht), is het nog steeds de moeite waard om de plant tijdens de winter binnen te zetten. Snoei zo weinig mogelijk. Hoe meer u terugsnoeit, hoe later de plant het volgende jaar zal bloeien. Overwinter de doornappel op een lichte, koele plaats bij een temperatuur van 2-5 °C. Als de plant op een te donkere plaats wordt gezet, zal hij zijn blad laten vallen en in het voorjaar relatief laat uitlopen, waardoor hij dus ook pas later zal bloeien. Geef planten met blad in de wintermaanden matig water, net voldoende om ze hun blad te laten behouden; geef kale planten net voldoende water om te voorkomen dat ze uitdrogen.

Vijgenboom: De onrijpe vruchten voor het volgende jaar hangen nu al in de vijgenboom. Vorstbestendige vijgen zoals de 'Beiernfeige Violetta' in pot zijn bestand tegen buitentemperaturen tot -5 °C als het water in de pot goed weg kan lopen en de plant met pot en al in vliesdoek wordt gewikkeld. Het gemakkelijkst is echter om de plant in de garage te zetten. Daar kan deze donker staan en ook nog wat vorst voelen. Geef voldoende water om te zorgen dat de plant niet verschrompelt. Een cruciale factor bij het overwinteren van vijgenbomen met vruchten: de plant mag niet worden blootgesteld aan temperatuurschommelingen (bv. een krachtige winterzon overdag en vorst tijdens de nacht). Als dat gebeurt, zullen de vruchten verschrompelen of van de boom vallen.

Gingko: In een pot wordt de gingko meer blootgesteld aan vorstgevaar dan in de volle grond. Daarom kunt u deze het beste in de garage zetten. U kunt deze gedurende de winter ook uit de pot halen en op een beschutte plek in de volle grond zetten. Als de plant op het balkon moet overwinteren, moet u pot en plant zorgvuldig in vliesdoek wikkelen (geen folie!).

Kruiden: Peterselie, lavas, citroentijm en dergelijke kunnen in hun bed blijven staan. Zet de kerrieplant en de heiligenbloem (of cipressenkruid) bij voorkeur op een lichte, koele en vorstvrije plek bij een temperatuur van 5-10 °C.

Zuid-Afrikaanse margriet (Euryops): Snoei ongeveer eenderde van deze plant terug wanneer u deze voor de winter wegzet. Laat deze overwinteren op een lichte plaats bij een temperatuur van 10-12 °C en geef matig water, zodat de plant niet uitdroogt. Geef de plant in het voorjaar nieuwe grond.

Oleander: Een sterke, goed gewortelde plant is bestand tegen temperaturen tussen 0 en 5 °C, d.w.z. "lichte vorst". Op de overwinteringsplaats moet hij licht tot matig licht staan bij een temperatuur van 5-10 °C. Geef zuinig water, maar voorkom uitdrogen.

Een opmerking naar aanleiding van uw vragen over snoeien: in de GARDENA nieuwsbrief hebben we het uitgebreid gehad over het snoeien van de oleander. Daarin vindt u een antwoord op uw vragen.

Passiebloem: In een zacht klimaat (waar ook wijn kan worden verbouwd) en op een beschutte plaats kunnen passiebloemen (Passiflora caerulea) gewoonlijk buiten blijven staan. Als ze goed geworteld zijn, kunnen ze hier matige vorst (-5 tot -10 °C) verdragen. Anders moet u ze bij een buitentemperatuur van 0 tot -5 °C naar binnen halen en laten overwinteren bij een temperatuur van maximaal 10 tot 12 °C. Geef zuinig water om te voorkomen dat ze uitdrogen. Houd er rekening mee dat er verschillende soorten passiebloemen bestaan, waaronder soorten die niet van warmte houden. Zet deze, net als tropische planten, op een zo licht mogelijke plaats bij een temperatuur van 20 °C en zorg dat de grond vochtig blijft.

Citroengeranium: Laat overwinteren op een lichte plaats bij een temperatuur van ongeveer 10-15 °C en geef af en toe matig water.

Reacties