Wij gebruiken cookies om uw ervaring met onze website te verbeteren. Door verder te browsen op deze website gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Lees verder voor meer informatie Cookies

Snoeispecial

Na de vorige GARDENA nieuwsbrief hebben we veel vragen gekregen over snoeien in de herfst. We kunnen hier geen gespecialiseerde handleiding publiceren, maar we geven u graag enkele nuttige tips.

Wat moet er weg?

- Al het dode en zieke hout (takken met bruinrot op rodekersenbomen, vruchtboomkanker op esdoorns enz.)

- Concurrerende takken als deze langs elkaar heen schuren en schorsbeschadigingen veroorzaken of dit mogelijk gaan doen

- Alles wat in de weg zit en mensen kan belemmeren om winterpaden veilig te gebruiken

- Zachte topscheuten en hun onderontwikkelde knoppen, knoppen die hebben gebloeid en alle zaadstengels (bv. op leverkruid of koninginnekruid, perovskia en vlinderstruiken)

- Dode bladeren op struiken en gras. Maar: overrijpe of met sneeuw bedekt gras en zaadstengels van struiken kunnen in herfst-/wintertuinen een mooie aanblik bieden, zeker als u ze verlicht met GARDENA tuinlampen. Bovendien brengen tuininsecten de winter door in holle strootjes en zaadstengels. U moet daarom goed bedenken wat u wilt en eventueel besluiten om ze pas in het voorjaar te snoeien.

Wat moet blijven?

U moet in dit stadium voorzichtig snoeien. Vorst kan schade aanrichten bij snijwonden, maar kan ook delen van takken laten doodvriezen. Dus als u nu al terugsnoeit tot het voorjaarsniveau en de plant vorstschade oploopt, hebt u geen mogelijkheid meer om in het voorjaar nog correcties aan te brengen. Daarom is het beter om nu iets minder diep te snoeien, zodat u in het voorjaar ook nog de nodige zorg aan uw planten kunt bieden.

Opmerkingen over bepaalde populaire soorten

Buxus: buxus is een groenblijver en kan gevaar oplopen door vorst. Snoei buxus daarom pas in het voorjaar in de gewenste vorm. Buxus kan in het voorjaar zonder problemen tot op het oude hout worden teruggesnoeid en zal dan uit zichzelf weer uitlopen. Wanneer hij weer begint te groeien, geeft u deze een beetje mest en brengt u deze weer in vorm wanneer de takken ongeveer 5 cm lang zijn. Zie ook > Haagplanten

Cotoneaster: de bodembedekkende cotoneaster of dwergmispel is zeer vorstbestendig. Hij kan nu met een heggenschaar op maat worden geknipt voor de betreffende beplantingszone. De plant kan tot op het oude hout worden teruggesnoeid, maar dat kunt u beter in het voorjaar doen. Jonge planten kunnen in het voorjaar tot de helft van de taklengte van het voorgaande jaar worden teruggesnoeid voor een compactere vorm en een betere vertakking.

Taxus: is heel goed bestand tegen snoeien, zelfs tot aan het oudste hout. Snoei deze bij voorkeur terug in het voorjaar, omdat coniferen in wintertuinen dienen als windbreker en een schuilplaats voor vogels.

Sering: hoeft nauwelijks te worden gesnoeid. Reageert vaak op snoeien door een sterke groei, wat eveneens kan leiden tot wildgroei rond de snoeiplaats. Kan tot het oudste hout worden teruggesnoeid; bij voorkeur in het voorjaar.

Als u besluit om de sering te snoeien, snoei de oudere takken en twijgen dan overal terug tot dezelfde lengte. Als u nieuwe groei wilt bevorderen, kunt u de lange takken halverwege snoeien; kort ze niet in. Laat alleen de sterkste 5-7 van deze takken zitten. Snoei oudere struiken zo nodig tot 30 à 50 cm terug om de struik door middel van nieuwe groei in 2-3 jaar te vernieuwen.

Vijgenboom: pas in het voorjaar snoeien, omdat hij gemakkelijk bevriest. De vruchten voor het nieuwe jaar zijn al zichtbaar. Snoei deze daarom maar een klein stukje terug in het voorjaar. Concentreer u hierbij op de vorm en het uitdunnen. Net als perenbomen reageren vijgenbomen niet per definitie op snoeien. Ze gaan zich niet beter vertakken als u de eenjarige topscheuten inkort. Alleen eenjarige lange takken kunnen worden aangemoedigd om te vertakken wanneer ze op de juiste plek worden teruggesnoeid.

Grassen: u hoeft deze nu nog niet te snoeien; bind ze zo nodig bijeen en snoei ze pas in het voorjaar terug. Zo beschermt u het hart van de plant tegen vorst en wintervocht, wat bijvoorbeeld nodig is bij pampasgras.

Hagen: snoei deze niet in het najaar! Jonge hagen: eerste snoeibeurt in mei/juni, tweede snoeibeurt in augustus/september. Voor oude hagen kan één snoeibeurt na de tweede groeipiek (eind juni) al voldoende zijn. Coniferenhagen kunnen het beste worden gesnoeid voordat ze uitlopen, zodat de wonden snel kunnen genezen. Probeer de hagen in trapeziumvorm te snoeien om te voorkomen dat het onderste deel kaal wordt. Beide zijden zouden per 100 cm naar boven toe 10 cm smaller moeten worden (d.w.z. een verschil van 20 cm over de volledige hoogte).

Bessenstruiken: de scheuten van vorig die ongeveer een potlood dik zijn, goede vruchten dragen, moeten door middel van snoeien (in het voorjaar) ruimte krijgen. Tegelijkertijd moet het snoeien ook de scheuten stimuleren (d.w.z. de vruchtdragende takken). Dun de struiken uit door dikke, donkere uitgroei die meer dan 3 jaar oud is, te verwijderen (net boven grondniveau of op grondniveau als de struik goed vertakt is). Snoei de struiken door scheuten terug te knippen tot het gewenste vertakkingsniveau. Laat niet meer dan 5 tot 7 van de sterkste scheuten vanaf het grondniveau staan en kort ze niet in.

Kersenbomen: dun sierkersen na de bloei uit. Vruchtdragende kersenbomen moeten meteen na de oogst in juni/juli worden gesnoeid. Ze hoeven maar een klein beetje te worden teruggesnoeid/uitgedund! Bij te sterke snoei kunnen de bomen gaan gommen, waardoor de plant na enkele jaren dood kan gaan.

Kiwiplanten: laat ongeveer drie tot zeven zijtakken aan de verticale hoofdtak zitten (afhankelijk van de wijze waarop de kiwiplant wordt geleid); dit zijn de hoofdtakken die vruchten zullen dragen. De knoppen voor de vruchtdragende takken zullen vanuit deze hoofdtakken groeien. Kort deze in de zomer in tot op het achtste tot tiende blad, geteld vanaf het eerste blad boven de vruchten. Knip dezelfde takken tegen het einde van de winter terug naar drie tot vijf knoppen; de nieuwe vruchtdragende takken zullen vanaf dit punt uitlopen. Verwijder dit verouderende takkenstelsel eens in de drie tot vier jaar helemaal tot aan de hoofdtak en vervang het door een jonge fruittak.

Krulwilg: bij voorkeur snoeien in het voorjaar; in de winter kunnen met name de dunnere takken bevriezen. Wanneer u dit in het voorjaar ziet, kunt u deze takken verwijderen. Deze boom is bestand tegen zowel licht als zeer sterk snoeien, zelfs tot op het oude hout.

Liguster: kan heel goed worden gesnoeid, zelfs tot op het oude hout dat zich krap een handbreedte boven de grond bevindt. Voor het overige geldt hetzelfde als voor hagen.

Olijfbomen: bij voorkeur snoeien in het voorjaar. Dun ze dan uit door oudere scheuten of takken die te dicht op elkaar zitten, te verwijderen. Kort de lengte van de scheuten in door deze terug te snoeien tot een andere, dieper gelegen tak, en zorg voor een gelijkmatige ronde vorm. De olijf is bestand tegen sterke snoei tot op het oudste hout in het voorjaar. De olijfboom reageert op sterke snoei met lange nieuwe scheuten. Dun deze uit, zodat u enkele structurele takken overhoudt.

Palmbomen: niet snoeien in het najaar; snoei ze tegen het einde van de winter terug, voordat de knoppen in maart gaan zwellen.

Rododendron: kort de takken na de bloei in door ze terug te snoeien tot een gunstige lager gelegen tak. U kunt echter ook terugsnoeien tot op het oude hout; sterke rhododendrons zijn zeer goed bestand tegen snoeien.

Rozen: knip alle perkrozen en klim-/struikrozen met een derde terug. Voer een laatste snoeibeurt uit in het voorjaar. Laat de bottels van wilde rozen zitten als decoratie en dun ze liever pas in het voorjaar uit in plaats van ze nu terug te knippen.

Japanse parasolden: kan slecht tegen snoeien; snoei alleen in het voorjaar, omdat hij gevoelig is voor vorst. Knip scheuten dan terug naar een geschikte twijg. Hierdoor wordt de scheut korter maar blijft er een groen geveerd blad achter als trekhout.

Sneeuwbal (Viburnum): alleen snoeien in het voorjaar, met uitzondering van de Gelderse roos. Snoei verder op dezelfde manier als de sering.

Vlinderstruik: in het najaar slechts met een derde of tot de helft inkorten; niet verder terugsnoeien om vorstschade te voorkomen (zie boven). De struiken fors terugsnoeien in maart/april, voordat de groei inzet (uitdunnen en ongeveer 50 cm terugsnoeien). 

Citrusbomen:
enkel in het voorjaar snoeien; dun ze dan uit en geef ze een gelijkmatige ronde vorm als het nodig is om de vorming van nieuwe scheuten en veel bloemen te stimuleren (sinaasappels bloeien bijvoorbeeld op eenjarig hout).

Engelentrompet: alleen voor de winter een beetje terugsnoeien. Hoe meer u nu snoeit, hoe later de plant in het nieuwe jaar zal bloeien. Dat komt omdat de bloemdragende takken zich eerst nog moeten vormen.

Blauwe aardappelstruik: nu een derde terugknippen en structureel snoeien in het voorjaar. Kan worden teruggesnoeid tot op het oude hout.

Oleander: is zeer goed bestand tegen snoeien; kan in het voorjaar zelfs worden teruggesnoeid tot op het oude hout. Het is echter altijd beter om terug te snoeien tot een vertakking, zodat er bladhoudende scheuten achterblijven als trekhout. Houd er ook rekening mee dat sommige oleandersoorten zich na het snoeien beter vertakken dan andere. Een oleander moet normaal gesproken meteen na de bloei worden gesnoeid. Als u ze in het najaar als snoeit, verwijdert u mogelijk ook de knoppen voor het volgend jaar.

Wisselbloem:
vergelijkbaar met de aardappelstruik.

Citroengeranium: citroengeraniums worden gewoonlijk niet gesnoeid omdat ze elk jaar mooier worden. Indien nodig kunt u ze echter een goede handbreedte terugknippen. Doe dit bij voorkeur in het voorjaar.

Reacties