Wij gebruiken cookies om uw ervaring met onze website te verbeteren. Door verder te browsen op deze website gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Lees verder voor meer informatie Cookies

Grondig werk in de tuin

De natuur ontwaakt uit haar winterslaap en er is weer werk aan de winkel !

Door uw levenservaring en uw observatie van de natuur en uw tuin weet u inmiddels vast het antwoord wel: verschillende factoren spelen in maart tegelijk een rol. De langere dagen en hogere temperatuur overdag, gesmolten sneeuw en opdrogende grond, nieuwe bloesem en eerste zaailingen zijn duidelijk merkbaar, evenals de groeiende struiken en het opkomende sap in bomen en heesters. Dit alles is het gevolg van een complexe interactie tussen de stimuli licht, temperatuur en vocht. Voordat het te abstract wordt: de boer gaat op zijn intuïtie af. Want in de natuur, met name als je met planten te maken hebt, is één ding heel belangrijk: op het juiste moment de juiste dingen doen. En het begint allemaal met één ding: werken met de grond!

Hoe kan de grond het best worden bewerkt?

Net als altijd in de tuin, is het antwoord eenvoudig: dat hangt ervan af! Als er sinds de herfst geen onkruid is gewied en de grond vol met tuinafval ligt of als er nog overblijfselen zijn van herfst- of wintergroente, moet de grond eerst vrij worden gemaakt - door alles te verwijderen of door het de grond in te spitten. Als u de bedden voor de winter zorgvuldig hebt ingezaaid met groenbemesting, geldt hetzelfde. Maar als de grond opgeruimd en netjes de winter heeft doorstaan, hoeft deze in maart slechts geëgd te worden. Gebieden die u nu omspit, moeten eerst worden blootgesteld aan regen en u moet de grond 2 weken laten bezinken voordat u gaat eggen. Zodra de grond na het eggen enigszins is opgedroogd, egaliseert u deze met een grote hark (bv. een houten hark), klopt u de overgebleven aardkluiten los en strijkt u alles mooi glad met een hark met fijne tanden. Nu kunnen de bedden worden ingezaaid en ingeplant.

Enkele belangrijke details waar u op moet letten

Het bovengenoemde "het hangt ervan af" betekent natuurlijk dat u de toestand van de grond in het oog moet houden. Zo is het bij de grondverzorging in de lente raadzaam om leemachtige en kleiige grond ruller te maken met grof zand. Afhankelijk van hoe stevig de grond is, zal ongeveer 1 kruiwagen vol (ongeveer 80 liter) zand per twee tot vijf vierkante meter het gewenste effect opleveren. Andersom kunt u juist leem toevoegen als de grond te zanderig is.

Of de grond nu zanderig of leemachtig is, beide kunnen kalk nodig hebben. Zanderige grond heeft vaak een tekort aan kalk, dus voeg in de lente rond de 50 g/m2 (om het kalkgehalte te handhaven) tot 100 of zelfs 150 g/m2 (om het kalkgehalte te herstellen) tuinkalk toe. Leemachtige grond kan ook behoefte aan kalk hebben. Over het algemeen is een analyse van de grond vereist (zo eenmaal in de drie jaar is genoeg) om helderheid te scheppen over de voedingstoestand van uw tuingrond, wat er bemest moet worden en of u gevaar loopt te veel kunstmest toe te voegen. Tuingrond bevat vaak te veel fosfor. Met een samengestelde kunstmest die ook fosfor bevat, bestaat dus de kans dat u de grond overbemest. Ook is dit letterlijk geldverspilling. Wees u er ook van bewust dat 100 g/m2 kalk de grond een hele pH-graad basischer kan maken. U ziet, wat u doet of laat met grond kan gevolgen hebben voor andere parameters, al dan niet zo bedoeld. De grond is een complex organisme; het is niet zomaar een verzameling aarde, het is een microkosmos! En daarom is grond zo'n interessant onderwerp. Tenslotte kunt u met wat u doet of laat de grond verpesten of juist precies in de behoeften van uw lievelingsplanten voorzien. 

En nu we het toch over lievelingsplanten hebben: in de lente zie je al te enthousiaste tuiniers regelmatig met tuingereedschap in de grond prikken in heesterperken en rond houtachtige planten. Doe werk niet zomaar, alleen maar om het 'voor elkaar te krijgen'. U kunt door werken aan de grond immers veel schade aanrichten, met name aan de wortels van tuinplanten, in het bijzonder die met een ondiep wortelstelsel zoals rododendrons, bessenstruiken en kornoelje, en ook in het groeigebied van grassoorten en heesters die uitlopers vormen, zoals slijkgras en munt. Door werken in de grond kunnen de dicht onder het oppervlak liggende wortels onherstelbaar worden beschadigd.

Reacties