Wij gebruiken cookies om uw ervaring met onze website te verbeteren. Door verder te browsen op deze website gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Lees verder voor meer informatie Cookies

Er staat iets in bloei!

Als uw bloemen al in hun perken staan te bloeien, kunt u ze met een beetje inspanning op het juiste moment nog mooier maken. Of de schoonheid van de bloemen zo lang mogelijk in stand houden – en de bloemen zo snel mogelijk weer laten verschijnen. Hier vertellen we u precies wat u nu aan uw heester- en bloemperken moet doen!

Interessante informatie voor het verzorgen van heester- en bloemperken

Het is wonderlijk! Er zijn nog steeds mensen die gek zijn op bloemen, maar die zeggen: "Ik werk niet meer met bloemperken – veel te veel werk". Inderdaad, je moet er iets voor doen. Maar bloemperken – en met name heesterperken – zijn zo eenvoudig te onderhouden dat de indruk die door tuiniers wordt gewekt, namelijk dat je er voortdurend mee bezig moet zijn, me echt verbaast.

Laten we een heesterperk eens vergelijken met een gazon: een gazon moet u vanaf ahlf maart tot half oktober – gedurende een periode van zes maanden – minstens één keer in de tien dagen maaien. Dat komt dus neer op 18 tot 20 keer. Afhankelijk van de grootte van het gazon kan dit 30 minuten tot twee uur in beslag nemen, oftewel 10 tot 40 uur in totaal, afgezien van extra werkzaamheden zoals bemesten of verticuteren. Dit betekent dat u per jaar minstens één werkweek aan een gazon moet besteden.

Bloemperken – met seizoensplanten en vaste planten – vergen minder tijd. Als de planten zodanig worden geplant dat ze op de meest geschikte plaats worden gezet (en daardoor uitgroeien tot sterke planten) en op basis van "dichte beplanting" zijn ze eenvoudig te verzorgen. "Dichte beplanting" houdt in dat de bladeren van naast elkaar staande planten elkaar raken (bij vaste planten moet dit uiterlijk in het tweede jaar het geval zijn). Hierdoor schermen ze de grond af, waardoor onkruidzaad geen kans krijgt om te ontkiemen en het vocht in de grond minder snel verdampt.

Een simpele vergelijking van de benodigde inspanningen, zoals hierboven beschreven, werpt een nieuw licht op bloemperken en laten zien dat bloemperken echt niet zo veel werk zijn. Zo beleeft u veel meer plezier aan het creëren van een bloemenzee in uw tuin. Ga ervoor – wij helpen u!

Besproeien kan eenvoudiger

Vaste planten groeien in een natuurlijke omgeving die nat of kurkdroog is.Voor uw tuin betekent dit het volgende: als u voor uw perk de juiste vaste planten kiest, hoeft u ze zelden te bewateren om ze te laten groeien. Alleen bij extreem weer zult u de planten een beetje moeten helpen. De geselecteerde planten en de wijze van planten zijn dus doorslaggevend, waarbij "dichte beplanting" – zoals eerder genoemd – het sleutelwoord is.

Om de behoefte aan extra water te beperken, kunt u plantbedden voorzien van een mulchlaag bestaande uit schorscompost of grind, afhankelijk van uw ontwerpbehoeften. Daarnaast kan een automatisch besproeiingssysteem een goede manier zijn om de benodigde inspanningen te beperken.

Als u toch nog water wilt of moet geven, is dit de beste manier: besproei de planten pas wanneer ze slap gaan hangen. Dat geeft aan dat het probleem serieus genomen moet worden. Tot dat moment kan de natuur zichzelf redden. Dit geldt wanneer de planten volwassen zijn, maar het gaat niet op wanneer ze zich nog in de groeifase bevinden. Deze kan tot een jaar duren. U kunt natuurlijk met gieters gaan sjouwen, maar besproeien gaat gemakkelijker met een leiding en een broes met verlengstuk, zodat u het plantenbed eenvoudig kunt bereiken en beter bij de planten kunt komen.

De beste tijd om water te geven, is vroeg in de ochtend of eventueel laat op de avond. Dit laatste verdient niet de voorkeur. Het is namelijk beter wanneer de planten niet kletsnat de nacht in gaan, omdat dit de groei van schimmels kan bevorderen. Daarom geldt in de regel dat u de bladeren, en met name ook de bloemen, beter niet door en door nat kunt maken. Geef overdag enkel water in noodgevallen en gebruik in dat geval lauw water. Door warme planten te bewateren met kraanwater, dat te koud is, zullen de wortels afkoelen op een moment dat ze juist optimaal moeten presteren. Hoeveelheid water: af en toe veel water is beter dan vaak een beetje water. Kortom: geef overvloedig en gericht water, wat neerkomt op ongeveer 10 liter water per vierkante meter.

Tip: als u regenwater gebruikt, bent u geen geld kwijt aan leidingwater en de bijbehorende hoeveelheid afvalwater. Regenwater is vaak in ruime mate aanwezig. Als er in uw regio jaarlijks bijvoorbeeld 700-800 mm regen valt, betekent dit 700-800 liter regen per vierkante meter. Dit komt al gauw uit op een tank gratis water per perceel per jaar!

Tuinbloemen bemesten – een fluitje van een cent!

In heestertuinen hangt de bemesting vooral af van de hoeveelheid bladeren en bloemen die de planten vormen. Zelf bemest ik enkel bepaalde rotsheesters met een handvol hoornmeel of een beetje compost (krap een liter per vierkante meter). Snel groeiende heesters in perken kunt u in het voorjaar (rond maart/april) ongeveer 50 gram samengestelde mest per vierkante meter geven. In plaats daarvan kunt u ze ook ongeveer drie liter compost per vierkante meter geven. Langzamer groeiende heesters hebben maar 30 gram of 1,5 liter nodig. Half juni kunt u ze nog een keer voeden met een tweede, iets lagere dosis.

Voor bloemperken met een- en tweejarige zomerbloeiers gelden soortgelijke regels. Omdat deze planten in een paar weken tijd veel bladeren en bloemen moeten vormen, is het logisch dat u alert moet zijn als het gaat om bemesten. Nadat u dergelijke planten bij het uitplanten hebt bemest met 50 gram samengestelde mest (voor bloeiende planten) per vierkante meter geeft u eind juni voor de tweede keer mest (40 gram of 1,5 à 2 liter compost) en dan nog een derde keer (40 gram of 1,5 à 2 liter compost) in de eerste dagen van augustus. Doe dit bij voorkeur op vochtige, bewolkte dagen. Als dit niet mogelijk is, doet u het wanneer u de planten water geeft. Vergeet niet om de meststof onmiddellijk in te harken, zelfs wanneer u compost gebruikt.

Trellis tussen de heesters, maar hoe?

Wanneer solitaire heesters of heesters in perken een kritisch formaat hebben bereikt, kunnen ze door regen en wind gemakkelijk worden vervormd, geknakt of afgebroken. U kunt mooie heesters in perken losjes in bedwang houden met plantenringen. Plaats deze voordat ze eigenlijk nodig zijn. Plantenringen staan meestal mooier bij een plant dan bastvezel of binddraad. Bovendien moeten deze zodanig worden bevestigd dat ze rondom twee tegenoverliggende takken van de struik worden gewikkeld, omdat de vastgebonden draden anders veel te gemakkelijk langs de stam naar de grond glijden. Leuke ideeën om zelf te proberen: buig een kale wilgentak tot een ring- of kransvorm en bevestig deze aan een stok. U hebt nu een zelfgemaakte struiksteun met een klassieke, landelijke uitstraling. Als het van u nog wat rustieker of natuurlijker mag: neem takken van een hazelnoot van ruim een meter lang; steek er drie, vier of vijf pal om de struik heen en buig de toppen over de struik heen zodat u deze in een gat kunt steken dat u met een spade hebt gemaakt. Maak het gat dicht zodra u de toppen erin hebt gestoken. Als dit te veel buigspanning creëert, kunt u de tak gewoon breken. De struiken zullen al snel door dit gezellige en milieuvriendelijke dak met takkenframe heen groeien en de benodigde steun krijgen.

Hoe zit het met onkruid?

In een heesterperk zullen maar enkele onkruiden ontkiemen als de struiken dicht genoeg op elkaar zijn geplant en er zo nodig een mulchlaag is aangebracht. U kunt altijd tussen de takken schoffelen om onkruid dat er toch in slaagt om te ontkiemen, te verstoren. Wees echter voorzichtig: bepaalde planten, zoals hosta, hebben wortels die heel dicht aan de oppervlakte liggen en door het schoffelen kunnen worden vernietigd.

Zevenblad is een veelvoorkomend probleem in heesterperken en kruipt overal naar toe. Het verwijderen is een bijzonder lastig karwei. Bij het opgraven blijven er altijd kleine stukjes wortel in de grond achter en deze gaan opnieuw groeien en vormen nieuwe zevenbladplanten.

Moeten heesters worden gesnoeid?

In een zomertuin is het niet per se nodig om heesters te snoeien. Als u wilt voorkomen dat er zaad wordt gevormd of dat de heesters zich uitzaaien, kunt u de bloemen verwijderen door ze terug te knippen. Bij riddersporen, monnikskap, kattenkruid en margrieten kunt u een rijkere bloei stimuleren de bloemstengels na de bloei snel te verwijderen, zodat de planten gaan vernieuwen en uiterlijk in het najaar opnieuw gaan bloeien. Ik laat planten die zich in de zomer terugtrekken en snel verwelken, zoals het gebroken hartje, onder de grond verdwijnen voordat ik de verwelkte bladeren verwijder, zelfs als ze er niet zo fraai uitzien terwijl ze uitdrogen. Door de planten echter de tijd te geven om zich van hun bladeren te ontdoen, zijn ze sterker wanneer ze in rust gaan.

Voor meer tuingenot: heesters scheuren

In de nazomer (afhankelijk van het weer kan dit al begin september zijn) kunt u diverse planten uit de grond halen en scheuren, met name de dwergiris of margriet en dergelijke, om ze te verjongen. Alleen zeer langlevende planten zoals pioenen kunt u beter jarenlang ongemoeid laten.

Het moment van planten scheuren is ook het moment om planten te delen: maak tuinminnende vrienden blij met planten die u niet zelf wilt houden. Dit zorgt niet alleen voor meer gevarieerde planten in de tuin van de betreffende personen, maar brengt ook een beetje vreugde bij iedereen en versterkt de vriendschap.

Hoe kunt u uw zomerbloeiers nog beter laten bloeien?

Als u altijd de informatie over het bemesten en bewateren van bloemperken met eenjarige zomerbloeiers opvolgt, hebt u de belangrijkste taak al vervuld. Met name een consistente watertoevoer is namelijk essentieel voor een langdurige bloei. Soorten die niet zo goed tegen kalk kunnen en veel ijzer nodig hebben – zoals petunia, struikveronica, Bacopa cabana en het blauwe madeliefje – kunnen symptomen van ijzertekort vertonen (gele jongere blaadjes, nog groene bladaders bij de wortel). Dit zal zich vooral voordoen in zeer kalkrijke grond en bij gebruik van hard water. Behandel de planten in dat geval met ijzerhoudende plantenvoeding van een gespecialiseerde winkel en volg daarbij de instructies op.

In augustus kunnen sommige planten (zoals de waaierbloem of oudere petuniasoorten) een bloeifase doormaken, terwijl ander planten mogelijk al volledig verdwenen zijn (zoals lobelia of saliesoorten) tegen de tijd dat u terugkomt van uw vakantie. Dode planten kunt u het beste uit de border verwijderen. Vul de gaten op met bijvoorbeeld weidekruiden, grassen en struiken om een overgang te maken van een nazomersfeer naar het herfstgevoel. Daarnaast moet u bij alle zomerbloeiers, en met name bij fuchsia's, lantana's, ooievaarsbek, nemesia, diascia, kardinaalshoed en Bidens 'Golden eye', voorkomen dat de planten zaad gaan vormen, omdat dit een verandering in de hormonenhuishouding teweeg brengt waardoor ze minder bloemen gaan produceren!

Zorg dat u er elk jaar een aantal hebt: tweejarigen

Houd er rekening mee dat tweejarigen vroeg moeten worden gezaaid als ze het volgende jaar uw tuin moeten opsieren. Dit geldt onder meer voor duizendschoon, venkel, vingerhoedskruid, slangenkruid, prikneus, mariadistel, toortsen en sommige gentianen.

Ook driekleurige viooltjes en hoornviooltjes moeten nu worden gezaaid voor het volgend jaar, en vergeet ook de complementerende grote tuinmargrieten en het vergeetmenietjes niet.

Siergroenten en eetbare bloemen

Wanneer u siergroenten zoals de snijbiet met meerkleurig blad en kruiden zoals de roodbladige zuring kweekt, moet u niet vergeten om ze te oogsten. De malse bladeren van deze planten zijn vaak heel goed te gebruiken in de keuken en de twee bovengenoemde voorbeelden zijn voorbeelden van culinaire lekkernijen die u doorlopend kunt oogsten. Wanneer de planten bloemstengels vormen, moet u deze zo snel mogelijk verwijderen. Andere bloemen kunnen rechtstreeks van de struik verhuizen naar de keuken: u kunt daglelies op dezelfde manier vullen als courgettebloemen – dit is bijvoorbeeld heel lekker met kipsalade. De dagleliesoorten variëren in smaak. 'Crimson Pirate', 'French Lingerie', gele daglelie (Hemerocallis citrina) en de daglelie (Hemerocallis flava) zijn allemaal goed te eten. Daglelies en dahliabloemen, in combinatie met bijvoorbeeld komkommerkruid en/of goudsbloemen, zijn ook geweldig om kleur en smaak toe te voegen aan zomerse groene salades. Persoonlijk vind ik lichte dahliabloemen lekkerder dan de donkere exemplaren, die – afhankelijk van de soort – voor mij vaak te bitter zijn. Pluk gewoon een dahliabloem en proef zelf: de smaak lijkt op sla maar is wat sterker.

Reacties