Wij gebruiken cookies om uw ervaring met onze website te verbeteren. Door verder te browsen op deze website gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Lees verder voor meer informatie Cookies

Als u het onderhoud aan uw robotmaaier voor de winter liever zelf wilt uitvoeren, raden wij u aan onderstaande checklist te raadplegen. Deze handleiding geeft aan op welke punten u moet letten.
Zo kunt u zelf uw robotmaaier winterklaar maken:

Download controlelijst en instructies R40i & R70i

1. Accu-Check:

  • Laat de robotmaaier in de handmatige modus „MAN“ maaien, totdat de accu volledig leeg is. Bij een lege accu blijft de robotmaaier op het gazon stilstaan.
  • Laadt uw robotmaaier volledig op in de modus „MAN“.
  • Kies „Info“.
  • Kies „Accu“.
  • De capaciteit van een volledig opgeladen accu moet tussen de 900mAh en 1200mAh liggen.

Bij toenemende levensduur vermindert de capaciteit van de accu. Als de weergegeven accu capaciteit ca. 900mAh of minder is, is de accu waarschijnlijk zwak en moet worden vervangen. Bij toenemende levensduur vermindert de capaciteit van de accu. Als de weergegeven accu capaciteit ca. 900mAh of minder is, de accu waarschijnlijk zwak en moet worden vervangen.


2: Controle signaalsterkte en signaalkwaliteit van het laadstation:

  • Robotmaaier in het laadstation plaatsen, de „0“ toets 5 seconden ingedrukt houden.
  • Kies „Info
  • Kies „Lus“.
  • Gewenste waardes:
    Signaalkwaliteit: 100%
    A-Signaal voor: > 50;
    A-Signaal achter > 50;
    F-Signaal -100 tot -300;
    G1-Signaal >50

Bij waardes buiten deze gewenste waardes, dient u contact op te nemen met de GARDENA klantenservice.


3: Opladen voor de winter:

Laadt de robotmaaier volledig op en haal deze vervolgens uit het laadstation. U hoeft de accu tijdens de winter niet nogmaals op te laden.


4: Demonteer de netstroomadapter.

Demonteer de netstroomadapter en koppel de verbinding met de laagspanningskabel los. Bewaar de netstroomadapter, het laadstation en de robotmaaier op een droge, vorstvrije plaats.


5: Demonteer het laadstation.

Demonteer het laadstation, waarbij u de grensdraad, zoekdraad en laagspanningskabel loskoppelt.
Verwijder vuil, bladeren en gras van het laadstation (bijv. met een borstel). Gebruik nooit een tuinslang of een hogedrukreiniger. Controleer het laadstation grondig op mechanische beschadigingen. Bescherm de kabeluiteinden (grens- en zoekdraad) en de aansluitklemmen tegen corrosie door ze te verpakken in een met vet gevuld zakje en dit goed dicht te binden. De grens- en zoekdraad kunnen in de grond blijven zitten.


6: Schoonmaken maaischijf en mesjes vervangen:

Het is belangrijk dat de maaischijf soepel en vrij kan draaien.

Maaimessen vervangen:

1. Zet de stroomschakelaar op positie 0.

2. Draai de robotmaaier om en leg deze op een zachte en schone ondergrond (bijv. handdoek).
Zo voorkomt u beschadigingen aan behuizing en displaybedekking.

3. Trek handschoenen aan.

4. R40Li: Draai de schroeven los (44) en verwijder de mesjes.
R70Li & R160: Draai de glijplaat (42) zo dat de openingen over de schroeven (50) voor de mesjes vallen, draai de schroeven los en verwijder de mesjes.
Draai de vier schroeven (39) los, verwijder de ring (40) en afdichtring (41).
Verwijder de glijplaat (42).

Let op: gebruik hierbij geen schroevendraaier op accu – Dit kan gevaarlijk zijn omdat de maaischijf dan zou kunnen draaien!

5. Reinig de maaischijf (bijv. met een borstel).
Gebruik hiervoor ook nooit een tuinslang of een hogedrukreiniger!

6. Nieuwe mesjes met nieuwe schroeven handvast aandraaien.

Een tekening met positienummers vindt u op de laatste pagina van het te downloaden document.


7: Schoonmaken van de robotmaaier:

  • Maaier en kap.
  • Binnen- en buitenzijde van de aandrijfwielen.
  • Rondom het achterwiel.

LET OP: Maak de robotmaaier niet verder open, dan in de volgende stappen staat beschreven. Door onjuiste montage, kan schade ontstaan die niet onder de garantie valt.

1. Zet de maaier uit met de stroomschakelaar.

2. . Draai de robotmaaier om en leg deze op een zachte en schone ondergrond (bijv. handdoek). Zo voorkomt u beschadigingen aan behuizing en displaybedekking.

3. Verwijder vuil, bladeren en gras van de maaier, kap en wielen (bijv. met een borstel). Gebruik nooit een tuinslang of een hogedrukreiniger!

Schoonmaken van het achterwiel:

1. Draai de robotmaaier om en leg deze op een zachte en schone ondergrond (bijv. handdoek). Zo voorkomt u beschadigingen aan behuizing en displaybedekking.

2. Draai de vier grijze schroeven (33) los (Torx 20), waarmee de achterwiellagers (34) aan de behuizing (29) bevestigd zijn.

3. Verwijder het achterwiel (34, 35).

4. Reinig de behuizing (29) en het achterwiel (34, 35) grondig.

Let op: De achterwiellagers (34) passen slechts op een manier in de behuizing (29).


8: Controleer de laadcontacten (32).

van de robotmaaier op corrosie. Mocht er toch sprake van corrosie zijn, neem dan fijn schuurpapier om het te verwijderen.


9: De robotmaaier bewaren tijdens de winter.

Bewaar de robotmaaier, het laadstation en de netstroomadapter op een droge, vorstvrije plaats (niet geschikt zijn: onverwarmde garage of tuinhuisje). Gebruik bij voorkeur de originele doos om alles netjes op te slagen.